Bij de lezingen van maart

1 maart 2026

Tweede zondag in de Veertigdagentijd

Mattteüs 17,1-9

Een top-belevenis

Wie ooit in het hooggebergte tot aan de top is geraakt, krijgt bijna niet verteld hoe enig het uitzicht is. Je voelt je verheven, de aarde ligt aan je voeten. Je vergeet de moeite en de lasten; nu is het alleen nog zaligheid en genieten!

Het doet me denken aan een jeugdkamp in Tirol met een hoop pubers. Als ze al spelend een heuvel hadden beklommen, waanden ze zich al ervaren bergbeklimmers. Bij wijze van proef had ik hen toch al eens een dag wat hogerop gebracht. Maar dat was te vermoeiend; ze bleven liever flikfooien in de alpenweide. En ik had nog wel een driedaagse gepland onder leiding van een berggids om eens een hele dag boven te kunnen zijn en zo op nog hogere toppen te geraken. Na een donderpreek en een stille avondmars de avond voordien, durfde niemand nog dwars te liggen. Met veel gepuf en geklaag hebben we die eerste dag moeizaam geklommen. Het was voor velen een echte kruisweg. Maar ze werden verbazingwekkend stil toen ze die tweede dag helemaal boven stonden. Zij zullen die belevenis nooit meer vergeten. Ik herinner me nog heel helder de verwondering die ons toen te beurt viel.

Is het – figuurlijk dan – iets dergelijks dat het evangelie van vandaag ons wil vertellen? Het oh en wauw dat die drie kernleden van de twaalf leerlingen, die met Hem de berg hadden beklommen, te beurt viel? Jezus in volle zon en stralend licht! De beide figuren die hem plots vergezellen, Mozes en Elia: de ene die een morrend volk naar het land van belofte moest brengen, en de ander die zijn leven riskeerde om dat weerspannige volk weer op het rechte spoor te zetten. Ja, die twee waren in gesprek met Jezus. Zijn opdracht was: hun werk tot voltooiing brengen.

Maar de clou van het verhaal is die lichtende wolk, die hen overschaduwt, en waaruit weerklinkt: 'Ja, Hij is het, mijn Zoon, mijn veelgeliefde. Ga met Hem mee naar boven. Hij is de gids. Hij brengt je naar 'gelukzaligheid'. Luister toch naar Hem!'

Maar nu terug voetjes op de grond. We zijn terug beneden. Onze liturgische kalender heeft de staart van dit verhaal weggeknipt. Daar lezen we hoe Jezus aan die drie top leerlingen het zwijgen oplegt: “Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.” Met andere woorden: Je mag dat verhaal zo mooi en dikwijls vertellen als je wil, maar alleen wie met Hem op weg wil gaan, ook als het een kruisweg wordt, zal het kunnen begrijpen.

Genoeg om over na te denken en om met Hem deze Veertigdagentijd verder intens te beleven, ook als het moeite kost.

8 maart 2026

Derde zondag in de Veertigdagentijd

Exodus 17, 3-7 & Joh. 4, 5-42

Naar de bron

Water en licht zijn heel belangrijke elementen om te kunnen overleven. Meteen krijgen we hier de drie hoofdthema's voor drie opeenvolgende zondagen: water, licht en leven. Deze drie (lange) evangelieverhalen zouden in de Veertigdagentijd drie zondagvoormiddagen kunnen zijn waarop mensen die ernaar zoeken de pointe van ‘geloven’ kunnen (her)ontdekken. Deze thema's staan immers centraal in de geloofsvorming voor elke huidige en toekomstige christen.

(Waarom benutten wij deze drie prachtige evangelieverhalen onvoldoende om ons als christenen te verdiepen op ‘leven vanuit God’ om ons zo grondiger voor te bereiden op de hernieuwing van ons doopsel met Pasen? Op drie kwartier tijd per zondag is dat ONMOGELIJK)

Het eerste thema wordt ingeleid door het verhaal van het dorstig Godsvolk in de woestijn, waar God water doet stromen uit de harde rots (Exodus). En dan volgt dat prachtig verhaal over de Samaritaanse vrouw bij de waterput van Jacob. Het is alsof je trap voor trap neerdaalt in de schatkelder van ‘geloven’. Naarmate het gesprek vordert ontdekt de vrouw, en met haar ook de lezer, dat door te ‘geloven in Jezus’ een mens zijn diepste dorst naar leven en naar God lest. Zij zit bij de bron.

De vrouw is zodanig aangegrepen door Jezus dat zij er niet kan over zwijgen. Op het einde van het verhaal stroomt dan ook de ganse stad samen rond Hem. Hij zou wel eens de Messias kunnen zijn, de ‘Redder in nood’. De bron van waaruit Jezus leeft, zo zegt Hij zelf, is ‘leven vanuit het diepste verlangen van zijn Vader’. Dat is voor Hem eten en drinken. En daarmee geeft Hij zijn innigste geheim prijs.

Van waaruit leven wij? Welk is onze drijfveer? Hoe lessen wij onze dorst naar ‘geluk’? Deze Veertigdagentijd nodigt ons uit om op zoek te blijven gaan naar de bron van 'gelukkig (samen)leven'. Bij Jezus en zijn evangelie zitten we op het juiste adres. Het overwegen waard!

15 maart 2026

Vierde zondag in de Veertigdagentijd

Johannes 9,1-41

Zien met andere ogen

Als een heus geloofsonderricht krijgen wij in de A-cyclus (2011) drie heel lange evangelieverhalen voorgeschoteld. Vorige zondag: Jezus als bron van levend water (de Samaritaanse bij de waterput) en volgende zondag: Wie in Jezus gelooft zal volop leven, zelfs al is hij gestorven (opstanding van Lazarus). Vandaag leren we zien met andere ogen (genezing van de blindgeborene).

Johannes wijdt er een gans hoofdstuk aan. De pointe ervan moeten we helemaal op het einde gaan zoeken. Het is een sterke uitnodiging om in Jezus te geloven als 'van God gezonden'. De redenering van de Farizeeërs lijkt correct. Jezus schendt letterlijk de heilige Sabbatwet. Dus kan Hij onmogelijk de Messias zijn! In hun interpretatie van godsdienstbeleving rekenen zij zichzelf bij het kaderpersoneel van God. Hierbij beroepen ze zich op Mozes, die toch rechtstreeks contact had met God.

Jezus, die voortdurend in contact stond met God, zijn lieve Vader, kon voor hen de Messias niet zijn. Hij was een banale bedrieger uit Nazareth. Hier zou God een al te menselijk gelaat krijgen. In al hun blindheid weigeren ze zelfs de tekenen te zien die Jezus in Gods naam verricht.

De blindgeborene geneest van zijn blindheid. Hij ziet én gelooft. Kunnen en durven wij de tekenen zien, die ook vandaag in Jezus' naam gebeuren? Zien wij naar wat in de wereld gebeurt, met andere ogen, met een gelovige kijk, op zoek naar 'wat van God komt'?

Een wonder verhaal: Jezus maakt modder, veegt die op de ogen van de blinde en stuurt hem naar de bron om zich te gaan wassen. De blinde moet heel wat hindernissen overwinnen en veel geloof opbrengen om te zien. Voor de gelovige van vandaag is dat niet anders, zeker in een Kerk die maar wat aan moddert. 'Zien met andere ogen' vergt ook vandaag een houding van volhardend geloof.

22 maart 2026

Vijfde zondag in de Veertigdagentijd

Johannes 11,1-45

(Op)gewekt worden

We besluiten het drieluik van geloofsonderricht. Drie lange hoofdstukken uit het Johannesevangelie reiken ons de sleutels aan van ‘geloven in Jezus’. ‘Putten uit de bron’ en ‘Zien met nieuwe ogen’ waren de twee vorige, en vandaag: ’(Op)gewekt worden’.

Om het evangelie te verstaan heb je een eigen verklarend woordenboek nodig. Geloofstaal is een gans eigen manier van spreken. Jezus heeft het over een ander soort dorst (derde zondag), nog van veel vitaler belang dan H²O, tenminste als het over ‘kwaliteit’ van leven gaat. Hij heeft het over blinde mensen die zien (vierde zondag) met andere ogen, vaak veel scherper dan mensen die met geopende ogen blindweg in hun ongeluk lopen. Nu, in dit derde geloofsverhaal (vijfde zondag) betekent ‘leven’ veel meer en iets anders dan biologisch leven. Ook hier gaat het over ‘echt’ leven. In de taal van het evangelie kan het perfect dat mensen ademen, eten en drinken, jachten en jagen, zonder echt te leven. Voor velen is het nu ‘geen leven’!

Daarom is Jezus’ boodschap zo actueel. Zijn woord helpt ons opstaan. Zijn levenwekkend woord haalt ons weg uit het graf van een ‘leven ten dode’ en helpt ons ‘kwaliteitsvol’ te gaan leven. Zijn Woord schenkt ons pas ‘echt en volop’ leven, in overvloed nog wel. Hij doet ons verrijzen (opstaan) tot een leven dat onze fatale vergankelijkheid overstijgt. Een pittig detail uit het verhaal: aan hen die getuigen zijn, de omstanders, geeft Jezus de opdracht: ‘ontdoe hem, Lazarus, van zijn zwachtels en van zijn hoofddoek’; met andere woorden: ‘neem alle hindernissen weg, die sukkelmensen beletten om voluit te leven’.

‘Lazarus’ betekent (net als de naam 'Jezus') ‘God redt’. Verrijzen wordt hier een gemeenschappelijk geloofsgebeuren. Geloven is met Hem verrijzen, is gaan leven vanuit Hem, die ‘weg, waarheid en leven’ is.

Luc Valvekens
19/3/26